Verslagen lezingen en activiteiten

Hier vind u de verslagen van lezingen en excursies.

Ken uw dorp – Wandeling 2 24-05-2016
Fotoverslag open dag VHW 18-03-2016
Lezing Tegels en Fries aardewerk 15-03-20176
DE (VER)WORDING VAN HET DRENTSE ESDORPENLANDSCHAP 11-1-2017
Lezing prinses Maria Louise van Oranje en Nassau 7-12-2016
LIJNEN IN HET LANDSCHAP 16-11-2016
Genealogische lezing Antonia Veldhuis 29-10-2016
Lezing “Friese Nassaus” 16-3-2016
Afscheid Ike Naafs 10-2-2016
Excursies “Ken je dorp” 11-6-2015

Nieuwe ruimte VHW archief 15-12-2015
Speciale uitgifte “De Stelling” 8-5-2015
EEN KIJKJE IN DE FRIESE ZUIVELHISTORIE 27-10-2015

ALLES WAT GROEIT EN BLOEIT IN HET KUINDERBOS EN WAT ER LEEFT EN VLIEGT 18-3-2015
Afscheid Ali Veenhouwer – Ziel 18-2-2015
Stenen, Reuzen en Reuzenstenen 18-2-2015
SMELTWATERHEUVELS TUSSEN RUINEN EN PESSE 14-1-2015
VAN BIES TOT KUNSTGRAS 10-12-2014
MOLENS IN DRENTHE 19-11-2014
HET PAASLOO PANTHEON 12-11-2014
AGRARISCHE VEENONTGINNINGEN IN ZUID-OOST FRIESLAND 22-10-2014
VEENSTAKINGEN IN TER IDZARD 15-10-2014
EXCURSIE NAAR HET KARMELKLOOSTER 11-10-2014
Collaterale successie 4-10-2014
De luchtoorlog boven Friesland tijdens de Tweede Wereldoorlog, met de nadruk op Weststellingwerf e.o. 6-3-2014
VHW neemt afscheid van bestuurslid Marietje Eshuis 19-2-2014
Karmelklooster in Drachten, als oord van bezieling sinds 1936 19-2-2014
FRIEZEN IN DEN VREEMDE (“Ver van ‘It Heitelân“) 22-1-2014
DE TOESTEMMING VAN DE BISSCHOP VAN UTRECHT AAN DE ‘FRESONES DE LAMMERBRUKE’ 20-11-2013
“Bij de bek af” (het ging nog net goed) 11-12-2013
GRAFHEUVELS 30-11-2013
STELLINGWERFSE FAMILIERELATIES 14-4-2013
DE GESCHIEDENIS VAN DRENTHE 30-1-2013
MELCHIOR DE GROTE, DE LAATSTE COMMANDEUR VAN SCHOTEN 12-12-2012
Vuursteen in relatie tot platentektoniek en klimaatverandering 21-11-2012
Onderzoek naar de historie van Eendekooien in Fryslân, inclusief de situatie in Weststellingwerf 17-10-2012
Excursie kasteel Olt Stoutenburght 29-09-2012
Beerput geraakt bij graafwerkzaamheden Steenwijkerweg april 2011

Schans open; laatste zoektocht naar vondsten april 2011
DNA in de genealogie maart 2012
Vader Onbekend  januari 2011
De Jodenvervolging en Joodse werkkampen in de omgeving januari 2011
De cultuur van dood en begraven januari 2011
Katholieken in Weststellingwerf na de reformatie  januari 2011


24-5-2017
Ken uw dorp – Wandeling 2
Wolvega – De tweede wandeling door Wolvega uit een serie van vier, voor het derde jaar op rij georganiseerd door de Vereniging Historie Weststellingwerf e.o., vond afgelopen woensdagavond plaats. De deelnemers werden dwalende door Wolvega, begeleid door Geert Lantinga. In de tuin van juffrouw Sickenga aan de Kerkstraat werd verteld over de rijke historie van de omgeving.
De volgende excursies zijn op 31 en 7 juni.
(Foto: Lenus van der Broek)

Terug naar boven


18-3-2017
Fotoverslag open dag VHW
Wolvega – Op 18 maart 2017 was er een open dag van de VHW. Hieronder enkele foto’s van deze geslaagde dag.

Terug naar boven


15-3-2017
Lezing Tegels en Fries aardewerk
Wolvega – De Vereniging Historie Weststellingwerf (VHW) organiseerde woensdagavond in zalencentrum De Rank in Wolvega een lezing over oude tegels en Fries aardewerk. Inleider Klaas Regts uit Franeker was door toevallige bodemvondsten in 1969 geïnteresseerd geraakt in tegels en aardewerk. Allengs werd dit een volledig uit de hand gelopen hobby. Hij heeft aan vele tentoonstellingen en publicaties mee¬gewerkt.
Na een korte inleiding werd aan de hand van beeldmateriaal een algemeen overzicht gegeven van wat er ruwweg gedurende de periode 1580-1900 in Nederland aan tegels is gemaakt. Na de pauze werd de aandacht verlegd naar de specifieke situatie die de tegelbakkerijen in Friesland in het geheel hebben ingenomen.
(Foto: Lenus van der Broek)

Terug naar boven

11-1-2017
Lezing De (ver)wording van het Drentse Esdorpenlandschap
Noordwolde – De Vereniging Historie Weststellingwerf (VHW) organiseerde woensdagavond een themabijeenkomst in de Boemerang in Noordwolde. Het thema was ‘De (ver-)wording van het Drentse esdorpenlandschap’. De lezing werd gegeven door Wolter ter Steege, die zijn hele leven al geïnteresseerd is in landschappen, aanvankelijk in het buitenland en later in de eigen regio. Aan de hand van beelden uit het verleden en heden werd duidelijk gemaakt hoe dit is gegaan. “Zowel de natuur als de mens hebben in de loop van vele eeuwen sporen achtergelaten in het Drentse landschap”, aldus ter Steege.
(Foto’s: Lenus van der Broek)

Terug naar boven


7-12-2016
Lezing prinses Maria Louise van Oranje en Nassau
Voor een volle zaal in de Rank in Wolvega organiseerde de Vereniging Historie Weststellingwerf (VHW) woensdag 7 december een lezing.  Bearn Bilker, bij uitstek kenner van de Oranjes en voorzitter van de stichting Nassau in Friesland, hield een boeiende lezing over prinses Maria Louise van Oranje en Nassau, geboren prinses van Hessen-Kassel (1688-1765) en vooral bekend als Marijke Meu. Twee keer was zij regentes van Friesland. Ze had veel meegemaakt: haar moeder en haar man jong verloren, haar twee kinderen die haar grote zorgen baarden en de problemen van het land die haar nooit los lieten.  Steeds weer ging het bij haar om de positie van het Huis Oranje in de Nederlanden. Ze offerde zich volledig op, wist haar zoon goed uit te huwelijken en wist een sociaal en sober, maar toch een leven als een ware prinses te leiden. Een diep gelovige vrouw, die toen het er op aan kwam, Friesland niet meer wilde verlaten. Ze heeft het huis Oranje in menig opzicht gered.
(Foto’s: Lenus van der Broek)
lezing-prinses-maria-louise-van-oranje-en-nassau-01 lezing-prinses-maria-louise-van-oranje-en-nassau-02
lezing-prinses-maria-louise-van-oranje-en-nassau-03Terug naar boven


16-3-2016
Lezing “Friese Nassaus”
De Vereniging Historie Weststellingwerf (VHW) organiseerde op woensdagavond in De Rank een lezing over de Friese Nassaus. Bearn Bilker, voorzitter van de stichting Nassau en Friesland, vertelde op zeer boeiende wijze over de twee takken van Oranje-Nassau, de Hollandse en Friese. De grafelijke familie Nassau-Dietz had Leeuwarden als domicilie. Onafgebroken ‘heerste’ deze familie van 1584 tot 1741 over Friesland. Bekende stadhouders waren Willem Lodewijk, Willem Frederik en Johan Willem Friso. De Friese Nassaus deelden lief en leed met Friesland. Zij wisten moeilijke tijden te overleven en zich geliefd te maken bij de bevolking.
Inleider Bilker vertelde nog een bijzonder verhaal over Willem Frederik. De bekende familie Van Haren in Wolvega stond minder in aanzien dan de Friese adel en had daar geen contact mee. Toch was er een geheime liefdesrelatie tussen Fhykje van Haren en Willem Frederik. Volgens Bilker was zij zwanger van hem en is het kindje dood geboren.
(Foto’s: Lenus van der Broek)
friesenassaus-01 friesenassaus-02
Terug naar boven


13-2-2016
Afscheid Ike Naafs
Woensdag 10 februari hield de VHW jaarvergadering met aansluitend een lezing over het Wouda gemaal. Tijdens de vergadering is met gepaste eer afscheid genomen van ons gewaardeerd bestuurslid Ike Naafs.
Zij heeft deze functie 14 jaar vervuld. Tevens treed zij – even als Geert Lantinga – terug uit de redactie van ons kwartaalblad de stelling. De redactie van de Stelling heeft zij met heel veel inzet meer dan 10 jaar gedaan. De redactie wordt over genomen door Jelle Roorda uit Akkrum en Hans de Vries uit Noordwolde.
(Foto’s: Lenus van der Broek)
2016-02-10-VHW-afscheid-Ike-Naafs-2 2016-02-10-VHW-afscheid-Ike-Naafs-3 2016-02-10-VHW-afscheid-Ike-Naafs-4 2016-02-10-VHW-afscheid-Ike-Naafs-4a 2016-02-10-VHW-afscheid-Ike-Naafs-5 2016-02-10-VHW-afscheid-Ike-Naafs-6
Terug naar boven


LIJNEN IN HET LANDSCHAP 27-10-20165
Lijnen in het landschap, de grensgeschiedenis van Zuidoost Friesland vanaf de middeleeuwen” was de titel van de lezing door Jan Slofstra, die op vorige week woensdag plaats vond binnen de lezingencyclus van de Vereniging Historie Weststellingwerf e.o.

Inleider begon zijn verhaal met een uitleg over de verschillende typen grenzen, landelijk, provinciaal, regionaal, gemeentelijk en die van de Stellingwerven waarvan de grenzen bepaald zijn door zandruggen en rivieren die lopen van noordoost naar zuidwest. Deze streken waren in de 12e en 13e eeuw in de invloedssfeer van het Bisdom Utrecht. Ten tijde van de kerstening vanuit Steenwijk en Diever vond ook de grensvorming plaats. Belangen van o.a. de Bisschop en de gevestigde boeren speelden mee, wat resulteerde in de onafhankelijkheidsverklaring van 39 parochies: de Vrije Natie van de Stellingwerven. Van de eigen rechtsregels was de grensvorming één aspect: De Kuunder, De Tjonger en in het oosten de veenkussens van het Fochteloërveen.

In een zeer interessant verhaal zette spreker uiteen hoe de uiteindelijk grensvorming bij het drie-provinciepunt van Groningen, Friesland en Drenthe zijn beslag had gekregen, de meest complexe grensvorming die hij kent. Gedurende de middeleeuwen de centrale wildernis genoemd met de dorpen er in een krans omheen begraasd door schapen, is uiteindelijk slechts een kwart van het gebied toegewezen aan de boeren van het dorp Een. Dit kan sindsdien op de kaart herkend worden als “het neusje van Drenthe”. Ook bij het Fochteloërveen heeft zich een soortgelijk probleem voorgedaan. Rond 1825 is in Den Haag over veel grenskwesties, ook provinciale grenzen, een beslissing genomen met welke historische compromissen we nu nog leven.

Aan het einde van zijn betoog vroeg Jan Slofstra de aanwezigen om respect te hebben voor de oude grensmarkeringen en de lijnen in het landschap die er nog zijn. Namens de volle zaal toehoorders in De Rank bedankte voorzitter Jan Zwolle de spreker voor zijn interessante verhaal.
lijneninhetlandschap-01 lijneninhetlandschap-02 lijneninhetlandschap-03
(Foto’s: Lenus van der Broek)
Terug naar boven


29-10-2016
Genealogische lezing
Wolvega – De Vereniging Historie Weststellingwerf (VHW) organiseert ook dit seizoen een genealogische lezing. Op zaterdagmorgen hield Antonia Veldhuis uit Veenwouden een lezing met als onderwerp ‘Met internet uw verleden vinden’. Anita Veldhuis werd 20 jaar geleden gegrepen door het genealogievirus. Ze publiceerde in tal van tijdschriften en op internet. Elke maand schrijft zij een column op de website van de Nederlandse Genealogische Vereniging. “Beter en sneller zoeken naar uw voorouders“… Dit was een lezing/demonstratie voor beginners en gevorderden over hoe via internet onderzoek kan worden gedaan naar de roots. De lezing vond plaats in het archief van de VHW, in het woonzorgcentrum BerkenStede aan de Hortensiastraat.in Wolvega.
(Foto: Lenus van der Broek)
dsc_6621 dsc_6629 dsc_6631
Terug naar boven

 


15-12-2015
Nieuwe ruimte VHW archief
Wolvega – De vereniging Historie Weststellingwerf (VHW) heeft een nieuwe ruimte gevonden voor het archief. VHW was gehuisvest in het voormalige Bornego College, maar door de huisvesting van vluchtelinggezinnen in dit gebouw moest naar een ander onderkomen worden gezocht. Zorginstelling Meriant bood VHW een ruimte aan in Zorgcentrum Berkenstede aan de Hortensiastraat 49 in Wolvega. Omdat de keuken en een ruimte voor distributie daar niet meer in gebruik zijn, kon een ruimte worden gehuurd voor een redelijke prijs en waar VHW erg content mee is. Het bestuur en vrijwilligers hebben het archief inmiddels overgebracht naar het nieuwe onderkomen.
(Foto’s: Lenus van der Broek)
vhw-activiteit_2015-12-15_143814 vhw-activiteit_2015-12-15_144029
Terug naar boven


11-06-2015
Excursies “Ken je dorp”
Wolvega – De Vereniging organiseerde de laatste maanden vier excursies en rondleidingen met als thema ‘Ken je dorp Wolvega’. Het begon met een excursie in en rond de PKN kerk Op de Hoogte, vervolgens een rondleiding in de Doopsgezinde Kerk en de oude tuinen van vroeger in deze buurt. De derde excursie ging naar het natuurgebied Landgoed Lindevallei. De vierde en laatste van dit seizoen werd donderdagavond gehouden. De huidige kerk is in 1939 gebouwd voor 153.000 gulden gebouw, de toren en voorgevel is uit 1914. Belangstellenden gingen naar de RK kerk. In de kerk werd een toelichting over de historie gegevens door Tjitte Bootsma met daarna een bezoek aan het kapelletje. Vervolgens gingen de bezoekers onder leiding van Geert Lantinga een wandeling maken in de omgeving van de Sint Franciscus kerk.
(Foto’s: Lenus van der Broek)
VHW-activiteit_2015-06-11_183938 VHW-activiteit_2015-06-11_184134 VHW-activiteit_2015-06-11_184440 VHW-activiteit_2015-06-11_184746 VHW-activiteit_2015-06-11_190344 VHW-activiteit_2015-06-11_190512
VHW-activiteit_2015-06-11_190557
Terug naar boven


8-5-2015
Speciale uitgave “De Stelling”
Munnekeburen – Deze foto’s zijn door Lenus van der Broek genomen op 8 mei 2015 in de Rietnimf in Munnekeburen. Het was bij de presentatie van een speciale uitgave van ons kwartaalblad “De Stelling”, waarbij het eerste exemplaar door Ike Naafs aan wethouder Frans kloosterman werd aangeboden. De gehele inhoud van deze speciale uitgave handelde over het onderwater zetten van de Grote Veenpolder aan het begin van de tweede wereldoorlog.
(Foto’s: Lenus van der Broek)
VHW-activiteit_2015-05-08_130717 VHW-activiteit_2015-05-08_131052 VHW-activiteit_2015-05-08_132124 VHW-activiteit_2015-05-08_133318 VHW-activiteit_2015-05-08_133507 VHW-activiteit_2015-05-08_134855 VHW-activiteit_2015-05-08_135534
Terug naar boven

EEN KIJKJE IN DE FRIESE ZUIVELHISTORIE 27-10-20155
Een kijkje in de Friese Zuivelhistorie, daar vertelde Henk Dijkstra over, voor een volle zaal in ´t Polderhuus in Munnekeburen.

Al in de Middeleeuwen en gedurende de Frankische tijd werden kaas en vooral boter gemaakt, zoals in een akte van 1280 in Münster vermeld is. De grootste productie van zuivel in Friesland vond rond Sneek en Bolsward plaats. Door de geringe bereiding van kaas in Weststellingwerf kwam men vanuit de Greidhoek hierheen om kaas te verkopen. Al eeuwen vindt in Friesland productie van boter plaats, gezien de verordeningen in 1781. De boterhandel vond al in 1483 in de Waag in Leeuwarden plaats, evenals in Dokkum vanaf 1400. Kaas, vlees en boter werden verplicht gewogen. Hoewel Friesland geen kaasland was, werd ’s zomers van de afgeroomde melk wel kaas bereid. Deze werd uitgevoerd naar Schotland en naar Scandinavië, totdat de Amerikanen die markt overnamen. Per jaar werd 11 tot 12 ton boter via Harlingen naar Engeland uitgevoerd. Bijna de helft was vermengd met boter uit andere streken, waardoor de kwaliteit slecht was.

De markt is Engeland werd binnen een paar jaar door Denemarken overgenomen, waar men naar hoge kwaliteit streefde. De boeren kregen er voorlichting, volgden cursussen, werkten moderner en met meer hygiëne. Men werkte er volgens het Schwartz-systeem: er werd naar gestreefd om de melk snel af te koelen door plaatsing van de vaten in een koelbak met koud water of ijs en om de room snel af te scheppen. Het oprichten van fabrieken werd niet geadviseerd, wel het gezamenlijk verwerken van de melk. De manier van werken van de Denen werd langzamerhand in Friesland overgenomen. De eerste particuliere zuivelfabriek werd in 1879 in Veenwouden geopend onder de naam Freia, de tweede aan de Schans in Leeuwarden. De noodzakelijke melkbussen voor het vervoer van de melk kwamen in het begin uit Denemarken. Het aantal melkbussen gold vaak als statussymbool. De melkrijder was een nieuw beroep. Het einde van de melkbus kwam rond 1920 toen de melktank zijn intrede deed. 25 koeien waren nodig voor de melk voor de Rijdende Melk Ontvangst.

In de loop der jaren kwamen er steeds meer coöperatieve melkfabrieken in plaats van particuliere. In relatie daarmee ontstonden coöperatieve instellingen zoals bank, verzekering en inkooporganisatie. Echter, wat in vijftig jaar was opgebouwd, is ook in vijftig jaar weer afgebroken. De margarine kwam in opkomst, gemaakt uit dierlijk vet en melkproducten, onder andere door Jurgens en door Van den Bergh. Nederland stond lange tijd op de eerste plaats van de margarine-exporterende landen. Een bijzonder product van melk is melkwol, in 1935 in Italië voor het eerst uit de caseïne in de melk geproduceerd. Een mooie illustratie bij het verhaal waren twee oude films over de vroegere wijze van boterbereiding en over een melkfabriek in begin jaren zestig.

Een zeer geanimeerd en interessant verhaal door Henk Dijkstra, directeur van het Fries Landbouwmuseum in Earnewâld.
Terug naar boven


ALLES WAT GROEIT EN BLOEIT IN HET KUINDERBOS EN WAT ER LEEFT EN VLIEGT 18-3-2015
Door een misverstand van het bestuur kon boswachter Bergman van het Kuinderbos niet aanwezig zijn, maar hij werd op uitstekende wijze vervangen door dhr Kooij die junior boswachter is bij Staatsbosbeheer.

De boswachterij ligt in de voormalige Zuiderzee en heeft een oppervlakte van 1200 hectare. In de jaren net voor de tweede wereldoorlog werd begonnen met de aanleg van de Noordoostpolder, een hele klus destijds. In 1941 is men begonnen met het leegpompen van de Zuiderzee en  in 1943 met de ontwatering en het inrichten van de polder, met als doel om grond te leveren voor de landbouw. Bij Kuinre bleek de grond echter te bestaan uit veen en zand en was daarom niet geschikt voor landbouwgrond.  Men besloot toen om op deze grond een bos aan te planten, het Kuinderbos. Sinds 1961 is Staatsbosbeheer verantwoordelijk voor het Kuinderbos.

De missie van Staatsbosbeheer is beschermen, beleven en benutten.  Daarbij is het de kunst om een evenwicht te vinden tussen natuur en recreatie. Naast de (dag) camping is de houtoogst een belangrijke tak van het bos. Moderne machines kunnen bomen in een keer rooien, ontdoen van takken en bladeren en op maat maken. Het hout vindt zijn weg als meubels, timmerhout,  panelen etc. De snippers van het snoeiafval worden gebruikt voor een energiecentrale. In het Kuinderbos leven vele dieren en planten,  dhr Kooij liet prachtige foto’s zien van ijsvogels, reeën,  buizerds (hoe de jongen daarvan worden geringd)  en verschillende soorten vlinders, libelles en paddenstoelen. In het voorjaar helpen schoolkinderen bij het overzetten van kikkers, padden en salamanders die anders dood worden gereden op de weg. Het record van 1 dag overzetten staat op 3000 kikkers en padden!

Een boeiende lezing die door ruim 40 belangstellenden in de Rank werd gevolgd.
boswachter-dhr-KooijTerug naar boven


Afscheid Ali Veenhouwer- Ziel 18-2-2015
Op haar jaarvergadering van 18 februari in de Rank nam de Vereniging Historie Weststellingwerf afscheid van bestuurslid Ali Veenhouwer- Ziel. Ze was in meerdere functies bestuurslid van 1993 tot 2015, ruim 22 jaar dus. Voorzitter Jan Zwolle roemde de grote betrokkenheid van haar bij de Vereniging. Ali was zorgvuldig, actief, belangstellend en een bindende factor binnen de VHW. Zij was het die meestal voor versterking en aanwas binnen het bestuur zorgde. Groot was ook haar inzet bij de opbouw en tot standkoming van het archief van de vereniging.

Jan Zwolle en Ali Veenhouwer - Ziel

Jan Zwolle en Ali Veenhouwer – Ziel

Door de vele contacten die zij namens de VHW had, heeft ze een groot netwerk opgebouwd. Velen kennen Ali en Ali kent velen. Als dank voor haar werk werd haar een hanger met inscriptie aangeboden. Daarna werd ze benoemd als erelid van de vereniging en kreeg ze een oorkonde en bloemen. Ali was zeer blij verrast hierdoor.
Terug naar boven


Stenen, Reuzen en Reuzenstenen  18-2-2015
Na het officiële gedeelte van de jaarvergadering van de VHW gaf voorzitter Jan Zwolle het woord aan Harry Huisman, die een boeiende lezing gaf over “Reuzen, Stenen en Reuzenstenen”.  Harry Huisman is ruim dertig jaar werkzaam geweest als conservator en later als geologisch conservator van het Natuurmuseum in  Groningen. Verder is hij verbonden aan het Hunebedcentrum in Borger, waar hij geologisch conservator is, ook als vrijwilliger. Hij is ook verbonden aan het in september 2013 opgerichte Geopark De Hondsrug. Het verzamelen en bestuderen van zwerfstenen en de bodemlagen uit de ijstijd is al tientallen jaren zijn hobby/liefhebberij.

De (reuze)stenen komen voor in het noorden van ons land en dan vooral in Drenthe en  Groningen (de Hondsrug en de Hunebedden). De kennis die we nu hebben over (reuze) stenen bestaat nog maar een 140 jaar. Daarvoor hebben mensen eeuwenlang allerlei theorieën bedacht hoe die grote stenen in ons platte Nederland terecht zijn gekomen. Een theorie was dat er vroeger reuzen bestonden, die de grote stenen met gemak op zouden kunnen tillen en elkaar tijdens ruzies bekogelden waardoor de stenen overal terecht kwamen.

De geoloog Otto Torell wist dat er in Zweden uitgebreide gletsjerbewegingen waren geweest, die grote gletsjerkrassen op gesteente konden maken. Het besef kwam langzaam dat het vroeger veel kouder moet zijn geweest. Als tijdens een congres van wetenschappers in 1875 in Berlijn in een nabije kalksteengroeve dezelfde gletsjerkrassen op kalksteenrotsen worden gevonden, sloeg dat in als een bom. Dat betekende dat er in Duitsland ook gletsjerijs moet zijn geweest. Na deze ontdekking gingen wetenschappers zich specialiseren in de ijstijd.

Er zijn verschillende IJstijden geweest: De Hoofdijstijd vond 150.000 jaar geleden plaats. Een gigantische ijsplaat met een dikte vaan soms 4 km bedekte heel Scandinavië, Nederland en Duitsland. In deze periode zijn de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwezoom ontstaan. De laatste ijstijd was 10.000 jaar geleden, waarbij het Scandinavische landijs het bovenste gedeelte van Nederland bereikte. Bewijs hiervoor is dat de stenen die In Zweden zijn gevonden exact lijken op die die in Borger en Exloo zijn gevonden. Een afstand van 2780 km!

Ruim 60 belangstellenden genoten van een informatieve lezing.
Terug naar boven


SMELTWATERHEUVELS TUSSEN RUINEN EN PESSE 14-1-2015
De eerste lezing van de Vereniging Historie Weststellingwerf e.o. in het nieuwe jaar werd zoals gebruikelijk in  Noordwolde gehouden. ‘Smeltwaterheuvels tussen Ruinen en Pesse’ was het onderwerp waar Reinder Reinders over kwam vertellen. Hij was van 1989 tot 2006 hoogleraar archeologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en publiceert over archeologisch en landschappelijk onderzoek in het gebied Pesse, Havelte en Uffelte.

De Hondsrug, gevormd door het afsmelten van het landijs 150 000 geleden, bestaat voornamelijk uit keileem, grof en fijn zand en heel veel grind. Het is een heel bijzonder gebied, in 2013 benoemd tot Geopark de Hondsrug, gericht op aardkundige waarden, flora en fauna, menselijke activiteiten, erfgoedaspecten en immaterieel erfgoed. Tussen Ruinen en Pesse zijn na de ijstijd vijf heuvels in het landschap achtergebleven, die alle in hun naam het woord ‘berg’ hebben. De Hunnenklooosterberg aan de weg Pesse-Ruinen vormt een heuveltje van ongeveer drie meter, dicht bij prehistorische graven uit het Neolithicum. In de buurt van Pesse bestaan vroegmiddeleeuwse grafplaatsen, maar ook celtic fields uit de IJzertijd, d.w.z. raatvormige akkertjes omgeven door lage wallen. De Galgenberg is een duidelijke hoogte van zes meter tussen Anholt en Ruinen, tevens grafheuvel. In de Middeleeuwen liep de postweg naar Spier er langs, in de 17e eeuw stond het posthuis van Anholt er vlak bij. A.E. van Giffen noemde het de mooist gelegen grafheuvel. Onder leiding van zijn leerling W. Glasbergen werd in 1951 een restant van de heuvel opgegraven waarbij een palenkrans halverwege de heuvel werd aangetroffen. Tevens werden resten van de galg van Pesse gevonden die tot in de 18e eeuw gebruikt is.Met een aantal aanbevelingen voor het behoud van deze karakteristieke kleine elementen in het
landschap beëindigde de spreker zijn verhaal.

Namens bestuur en aanwezigen bedankt Jan Zwolle de spreker voor zijn boeiende verhaal.
Terug naar boven


VAN BIES TOT KUNSTGRAS 10-12-2014
Deze maand werd de lezing van de Vereniging Historie Weststellingwerf e.o. door de Heer Van Dijk, vrijwilliger bij het Tapijtmuseum in Genemuiden verzorgd.

Voor dit historisch bijzondere onderwerp werd grote belangstelling getoond. Spreker begon zijn verhaal met een uitleg over de verschillende grondstoffen die in de loop der jaren gebruikt zijn en ook nog gebruikt worden. Hij legde het verschil uit tussen riet, wat hol, hard en waterafstotend is, en biezen, die vlezig zijn en die voor verwerking eerst natgemaakt moeten worden. Deze groeiden bij het Zwartemeer, achter Genemuiden waar het water in verbinding met de Noordzee stond. Na de vervaardiging van strengen en vlechten, werden er matjes en tegels van 50x50cm van gemaakt. Van het omhulsel, de draden van kokosnoten werden onder andere de welbekende kokosmatten gemaakt, vaak geverfd in de kleuren rood, groen of zwart. Sisalmatten en -lopers zijn het product van de nerven van de bladeren van de agaveplant, afkomstig uit Mexico. Uit een afvalproduct van aardolie wordt granulaat gevormd, gebruikt voor bijvoorbeeld worteldoek in dijken en over kuilbulten, en tapijt. De meer dan vijftig soort kunstgras worden meer en meer in tuinen gebruikt. Afgedankte petflessen en dashboarden worden later in tapijt “teruggevonden”.

Na deze uitgebreide toelichting volgden de films: “Van biezen tot kunstgras” en “Biezenmattenmakerij te Genemuiden”. Voorzitter Jan Zwolle sprak zijn waardering uit voor het boeiende verhaal en de grote inzet van de drie heren die voor deze avond uit Genemuiden gekomen waren.
Terug naar boven


MOLENS IN DRENTHE 19-11-2014
In het kader van de lezingencyclus van de Vereniging Historie Weststellingwerf e.o. hield Meint Noordhoek op 19 november een inleiding over: Molens in Drenthe. Spreker noemde het getal van 309 molens die in de loop der jaren in Weststellingwerf gestaan hebben. Een overzicht hiervan bood hij aan voorzitter Jan Zwolle aan. Als verdwenen molens in Wolvega noemde hij o.a. een oliemolen en de Nijverheid, een houtzaagmolen aan de Schipsloot. Van de 10.000 die in Nederland bestonden is nog maar 10% over. De geschiedenis van de molen is rond 2500 v. Chr. met wrijfstenen begonnen, terwijl in ongeveer 500 de Etrusken een draaiende steen ontwikkelden. Van de Middeleeuwen tot in de 13e eeuw was de handmolen algemeen in gebruik, waarna de rosmolen tot in de 20e eeuw dienst deed. Een bijzonderheid is dat de Romeinen al watermolens gebruikten om graan te malen.

Zeventien hebben er in Drenthe gestaan, de eerste in 1040 in Uffelte, de laatste verdween in 1606. De reden is niet meteen duidelijk. De spreker had twee mogelijke oorzaken bedacht. Ten eerst was maar beperkt gebruik mogelijk, want bij te weinig regen kon de molen niet draaien. Ten tweede was een stuw nodig en moest een rivier bevaarbaar gehouden worden. Behalve door de ontwikkelingsgeschiedenis van de molen nam Meint Noordhoek zijn gehoor ook mee langs de verschillende typen molens: van de kruibare kap en de kap op rollen, via de buitenkruiing en de poldermolen naar de binnenkruier, en nog vele andere. Ook de vele typen industriemolens passeerden de revue. De techniek van molens met zelfzwichting is vanuit Scandinavie via Duitsland en Denemarken rond 1930 in Noord-Nederland gekomen. Er staan er nog drie van in Drenthe.

Deze zeer informatieve lezing in De Rank werd door een groot aantal belangstellenden bezocht.
Terug naar boven


HET PAASLOO PANTHEON 12-11-2014
De Kunstbunker in het dennenbos bij Paasloo door de heer B. Meijerink uit Giethoorn

Voor de lezing ‘Het Paasloo Pantheon’ was de zaal van Café van der Wal in Blesdijke helemaal vol gestroomd met belangstellenden. De Vereniging Historie Weststellingwerf e.o. had voor deze avond Bert Meijerink uit Giethoorn uitgenodigd als spreker. Voorzitter Jan Zwolle opende de bijeenkomst met een uiteenzetting over de historie van deze historische vereniging.

Bert Meijerink vertelde op vlotte wijze over de kunstbunker in Paasloo. Deze kent een aantal bijzonderheden. Hij is gedurende Tweede Wereldoorlog gebouwd, door Nederland met toestemming van de Duitsers. Het unieke is dat deze kunstbewaarplaats bovengrondse gesitueerd is. Door de zware constructie met muren van 4,5 m dik en een dak dat op het hoogste punt 9 m dik is en mede door de ronde (d.w.z. 16-hoekige) centraalbouw is hij bombestendig. De dienstwoningen, ook in ronde vorm, zijn aan één zijde uitgebouwd. Gebouwd binnen het korte tijdsbestek van vier maanden arriveerde toch al tijdens de bouw het eerste schilderij, Het straatje van Vermeer. Er zouden er nog 3000 volgen, en nog steeds zijn er duizenden schilderijen in depot. De bouw van de kunstbunker kent een voorgeschiedenis die enkele dagen voor de mobilisatie begon. De spreker ging in op de redenen waarom de keuze op deze locatie was gevallen. De hoofdpersonen tijdens de bouw kwamen uitgebreid aan bod en veel aandacht besteedde hij aan het bouwproces en de constructie van het gebouw. Na de bevrijding op 12 april 1945 kon alles intact teruggebracht worden naar de plaats van herkomst. Tegenwoordig is de bunker in het bezit van de Hannema-de Stuers Fundatie.

De voorzitter sprak zijn waardering uit voor het bijzondere verhaal, dat zoveel publiek getrokken had.
Terug naar boven


AGRARISCHE VEENONTGINNINGEN IN ZUID-OOST FRIESLAND 22-10-2014
‘Agrarische veenontginningen in Zuidoost Friesland’ was de titel van de lezing die Dennis Worst voor
de VHW hield. Bijna vijftig belangstellenden waren hiervoor naar De Rank in Wolvega gekomen.
Het werd een boeiende en informatieve avond.

Landschapshistoricus Worst nam zijn toehoorders in eerste instantie mee naar de Saale-ijstijd, toen
de oppervlakte van Nederland globaal werd bepaald en de rivierdalen van De Lende en De Kuunder
reliëf kregen. Gedurende het Holoceen (12.000 jaar geleden tot nu) was het warm en vochtig en steeg
de zeespiegel. Door slechte afwatering ontstond veenvorming. Hoogveen groeide aan tot
hoogveenkoepels die ca. 2750 voor Chr. de huidige Noordoostpolder en een groot deel van Friesland
-waaronder de Westhoek- bedekten, terwijl in 800 na Chr. geheel ZO-Friesland er mee bedekt was.
Hoe zag het landschap er toen uit? Hier ligt het huidige onderzoek van de spreker: onderzoek naar de
grootschalige veenontginningen in Zuid-Friesland en Noordwest-Overijssel van 1000 tot 1400.
Dit gebeurt aan de hand van geologische en historische kaarten, oude toponiemen, paleobotanisch en
bodemonderzoek.

Er worden grondboringen in vaak middeleeuwse kerkheuvels verricht, heuvels die oorspronkelijk
wellicht 4m hoog geweest zijn, maar door het gewicht van de kerk samengeperst zijn tot 1,5m.
Agrarische veenontginning betekent opstrekkende verkavelingen. In de middeleeuwen werden
loodrecht op de rivier sloten het veen in gegraven. Door ontwatering rond de boerderij klonk het veen
in en ontstond er een probleem met de ontwatering. De de boerderij werd verder naar achteren
verplaatst. Op de ontstane zandkoppen ontwikkelden zich bossen. In de 12e eeuw was er bewoning in de Stellingwerven, de wildernis werd vrijgegeven aan de boeren, hoewel het land nog in bezit van de Bisschop was. Hij had een sturende functie: liet leiding geven aan de ontginningen, zorgde voor coördinatie zodat meerdere blokken tegelijk ontgonnen konden worden en liet leidijken aanleggen. Van Oldeholtpade is bekend dat de inwoners zelf het initiatief namen. Concluderend kan gesteld worden dat de veenontginningen in de 11e en 12e eeuw begonnen zijn en afgerond werden in de 13e eeuw.

Er werd door de mensen ruim gebruik gemaakt van de gelegenheid om vragen te stellen. Voorzitter
Jan Zwolle bedankte Dennis Worst uit naam van alle aanwezigen voor de interessante lezing.
Terug naar boven


VEENSTAKINGEN IN TER IDZARD 15-10-2014
Ter Idzard – ‘De veenstakingen in de veenderij van Ter Idzard en Oldeholtwolde’ was
donderdagavond in dorpshuis De Bult in Ter Idzard het onderwerp dat door de Vereniging
Historie Weststellingwerf en het Dorpsarchief Idzawolde werd aangepakt.

De inleider was Kerst Huisman uit Leeuwarden. Hij sprak over de betekenis van de stakingen
in de lage veenderijen, over het onderzoek, over de problemen en over de betekenis van deze
stakingen in het laagveen in de periode van 1810 tot 1925.

Rode draad
Er waren vijf veenstakingen in Ter Idzard en omgeving. De vervening in Friesland kent zijn
eigen geschiedenis. De veel opspraak veroorzakende veenstakingen liepen daar als een soort
rode draad doorheen. De veenarbeiders, die ook in deze streek hun werk vaak onder niet al te
beste omstandigheden moesten verrichten, lieten zich niet onbetuigd wanneer het om het
aanstichten van die stakingen ging.
In het dorpshuis waren ook enkele veenattributen te bezichtigen.De avond werd door ruim tachtig belangstellenden bezocht.
(foto: Lenus van der Broek)
Terug naar boven


EXCURSIE NAAR HET KARMELKLOOSTER 11-10-2014
Op zaterdag 11 oktober organiseerde de Vereniging Historie Weststellingwerf een excursie naar het Karmelklooster in Drachten. Dit naar aanleiding van een boeiende lezing over het klooster door de heer Jan Hofstra, eerder dit jaar.

Het klooster werd in 1935 gebouwd naar een ontwerp van architect Arjen Witteveen. Het is gebouwd in carrévorm naar middeleeuws voorbeeld met binnentuin en een grote ommuurde tuin rondom het gebouw. Tot 1993 deed het klooster dienst als onderkomen voor 21 Karmelietesser zusters, een gesloten klooster van de ongeschoeide Karmelietessen

Na welkom geheten te zijn in de refter, de voormalige eetzaal, met koffie of thee werd onder leiding van een gids een bezoek gebracht aan de verschillende ruimten, waaronder de kapel, de bibliotheek, de voormalige hostiebakkerij, de ontspanningsruimte en de zogenaamde vogeltjeskamer. Dit was de kamer waar de zusters afscheid namen van familieleden wanneer ze toetraden tot de Karmelietesser orde. Deze kamer is geheel betegeld met tegels met afbeeldingen van vogels. De tegels komen uit de tegelbakkerij van Tichelaar uit Makkum. De kamers zijn allemaal te bereiken via de kruisgangen. Deze gangen hebben veel doorkijkjes naar de binnentuin. Op de eerste verdieping werd een kijkje genomen in een van de eenvoudig ingerichte zusterkamers. Op de grote zolder herinneren nog vele attributen aan de vroegere bewoners.Tegenwoordig doet het klooster dienst als studie- en bezinningsruimte.

Na afloop van de rondleiding werd onder het genot van een kopje koffie of thee nog even nagepraat over de geslaagde middag.
Terug naar boven


Collaterale successie 4-10-2014
‘Collaterale successie’ was het onderwerp van de lezing die Andries Koornstra op 4 oktober voor de VHW hield.

Wie zal erven van de kinderloos gestorven man, vrouw, weduwe of weduwnaar? In hoeveel staken moet de nalatenschap verdeeld worden en elke staak in hoeveel delen?

Collaterale successie bestrijkt de genealogie in de breedte, zowel wat de familie betreft als topografisch gezien. Het systeem kwam in 1716 voort uit het besluit van de Staten om belasting te heffen op nalatenschappen die niet in rechte lijn vererfden. Nalatenschappen onder 500 caroliguldens werden echter niet belast. In 1805 kwam de integrale belasting op nalatenschappen in gebruik, de memories van successie.

De rijke bron van de collaterale successie faciliteert het opsporen van toevalsvondsten. Voorouders duiken op onverwachte plaatsen op, te vinden bijvoorbeeld door middel van advertenties op dekrantvantoen.nl en delpher.nl.

Vermeld worden over het algemeen: de erflater, met woonplaats, overlijdensplaats en -datum, vaak de echtgen(o)ot(e), de namen van de erfgenamen, doch zelden de familierelaties, de waarde van de erfenis en het bedrag dat aan elk van de erfgenamen betaald wordt. Dit geldt alleen wanneer de vererving ab intestato (aan alle erfgenamen) geschiedt en niet ex testamento (volgens testament).

Andries Koornstra illustreerde zijn verhaal met een viertal voorbeelden uit Friesland. Namens de aanwezigen bedankte bestuurslid Ike Naafs de spreker voor zijn verhaal, waar een ieder weer iets van geleerd had.
Terug naar boven


De luchtoorlog boven Friesland tijdens de Tweede Wereldoorlog, met de nadruk op Weststellingwerf e.o. 6-3-2014
Meer dan zestig belangstellenden vulden de zaal in De Rank om te luisteren naar de lezing door Douwe Drijver en Alexander Tuinhout, vrijwilligers bij het Fries Verzetsmuseum in Leeuwarden. Beiden zijn ook nauw betrokken bij de Stichting Missing Airmen Memorial Foundation. Deze stichting is in 2000 opgericht om de vliegtuigcrashes in Friesland te documenteren, veldgraven en crashplaatsen te markeren  (www.luchtoorlogfriesland.nl)

Plannen voor een vliegveld in Leeuwarden waren er al gedurende de eerste wereldoorlog. Pas door de inzet van de burgemeester van Leeuwarden, Huizinga, en dankzij het werkverschaffingsproject halverwege de jaren dertig kon Fliegerhorst Leeuwarden in 1937 opengesteld worden voor KLM-vluchten op Amsterdam en Rotterdam. Meteen werd er veel op gevlogen. Bij de mobilisatie in 1939 werd het een militaire basis. Al voor de capitulatie landden de eerste Duitse toestellen. Gezien de positie dicht bij de kust en relatief dicht bij Engeland zetten de Duitsers er 7.000 arbeiders aan het werk i.v.m. uitbreiding. Al in de zomer van 1940 wierpen Engelse bommenwerpers hun bommen er boven af. In 1940, na de voltooiing, stonden er veertig hangars. Het werd in eerste instantie voornamelijk gebruikt voor de nachtjacht met de Messerschmitt op Engelse bommenwerpers, later ook overdag op Amerikaanse vliegtuigen.

De jaren ’42 en ’43 waren voor vliegveld Leeuwarden ‘de hoogtijdagen’. Begin 1944 vond er een groot bombardement plaats. Toen had het eigenlijk al geen functie meer. In april ’45 trokken de Duitsers weg en maakten zij het vliegveld geheel onbruikbaar.Het oorlogsverleden is er nog steeds: in 2013 werd nog weer een bom gevonden.

Drie van de crashes in Weststellingwerf werden besproken:
– Een Lancaster die op 14 september ’42 bij Oudehorne neerstortte, was een 4-motorig toestel van de Engels luchtmacht op weg naar Bremen met een internationale bemanning. Het passeerde om 00.30 uur de Nederlandse kust. Het Duitse toestel was van Leeuwarden opgestegen. Het werd vanaf de grond naar het Engelse toestel gedirigeerd, wat waarneembaar was aan de uitlaatgassen. De tactiek van de Duitsers was om onder een vijandig toestel te komen, de neus van het eigen toestel omhoog te richten, te schieten en weg te wezen.

– Op 16 december ’43 kwam een Lancaster in Oldetrijne terecht. Opgestegen van Fiskerton in Engeland met zeven bemanningsleden werd het toestel door een Duitse Messerschmitt uit de lucht geschoten.

– Een Amerikaanse bommenwerper verongelukte op 15 augustus ’44 bij de Scheenesloot in Nijetrijne. Op de terugweg naar Engeland werd het toestel getroffen door Duitse jagers. Van de tien bemanningsleden overleefden drie de oorlog in Duits krijgsgevangenschap en één als onderduiker.

Voorzitter Jan Zwolle bedankte beide sprekers voor het boeiende verhaal van deze avond, zeker mede namens de aanwezigen.
Terug naar boven


VHW neemt afscheid van bestuurslid Marietje Eshuis 19-2-2014
Tijdens de Algemene Jaarvergadering op woensdag 19 februari (zie verslag hieronder) legde Marietje Eshuis-Wolfs haar functie als bestuurslid van de VHW neer. Voorzitter Jan Zwolle kenmerkte haar als een gedreven persoon, die zich vaak als eerste aanbood om als afgevaardigde naar een bijeenkomst te gaan. Zij regelde de afspraken met de sprekers en hield het bestuur op de hoogte van de vorderingen op dit gebied.

Marietje Eshuis en Jan Zwolle
Marietje Eshuis en Jan Zwolle

Nu zij wegens vele andere “werkzaamheden” het bestuur ging verlaten, bedankte de voorzitter haar heel hartelijk namens het bestuur, maar ook namens alle leden. Op haar beurt typeerde Marietje ieder van haar medebestuursleden met enkele treffende woorden en dankte hen voor de samenwerking. Zij had met veel plezier deel van het bestuur uitgemaakt.

Na het huishoudelijke gedeelte hield Jan Hofstra uit Drachten een boeiende lezing over het “Karmelklooster in Drachten, als oord van bezieling sinds 1936”.
Terug naar boven


Jaarvergadering / lezing Karmelklooster in Drachten, als oord van bezieling sinds 1936 19-2-2014
Meer dan veertig belangstellenden waren 19 februari naar De Rank gekomen voor de Algemene Ledenvergadering van de Vereniging Historie Weststellingwerf e.o. en voor de lezing over het Karmelklooster in Drachten. Voorzitter Jan Zwolle opende de vergadering en heette de aanwezigen welkom.

Zowel het verslag van de Algemene Ledenvergadering als het Jaarverslag over 2011 werden goedgekeurd. Bij de bespreking van het Jaarverslag noemde de voorzitter, dat de lezing door Jelle Roorda op 27 februari 2013 over “Steggerda, toen en nu” per vergissing niet opgenomen was.

Penningmeester Ede Wallinga gaf uitgebreid uitleg over de financiële gang van zaken tijdens het boekjaar. Er ontspon zich een discussie over de noodzaak en mogelijkheden om financieel gezond te blijven.De kascommissie had de financiële stukken uitstekend in orde bevonden, waarna de aanwezigen instemden met het voorstel om de penningmeester decharge over het boekjaar 2013 te verlenen.

Tijdens het punt Bestuursverkiezing trad Marietje Eshuis-Wolfs af; werd Ede Wallinga voor een nieuwe periode van drie jaar benoemd; legde Ike Naafs-Loman haar functie van secretaris neer en werd Beate Nijholt als nieuw bestuurslid benoemd.

Jan Zwolle sprak de afgetreden bestuursleden Marietje Eshuis-Wolfs en Sjoerd Hoogerkamp – die al eerder teruggetreden was – met woorden van waardering toe en overhandigde hen een envelopje met VVV-cadeaubonnen. Dat Jeffrey Griffioen – die de website beheert – en Geert Lantinga – redactielid van “De Stelling” ; beiden niet-bestuursleden – zeer worden gewaardeerd, bleek wel uit de woorden van de voorzitter en uit de overhandigde envelopjes.

In de loop van de vergadering was de spreker binnengekomen. Hij werd door Jan Zwolle welkom geheten.Na de rondvraag sloot de voorzitter het officiële gedeelte van de avond af. Jan Hofstra uit Drachten hield na de pauze een boeiende lezing over “Het Karmelklooster in Drachten als oord van bezieling sinds 1936”.

Het voormalige Karmelietessenklooster was een gesloten klooster van de ongeschoeide Karmelietessen. De Orde is genoemd naar de berg Karmel in het huidige Israël. In de 13e eeuw werden de kluizenaars op de berg verjaagd. Ze trokken naar Spanje, waar in de 16e eeuw Theresia van Avila in trad.

Om haar ideeën van reformatie gestalte te geven stichtte zij in 1562 een groot klooster in Avila. Samen met Johannes van het Kruis streed zij om de Katholieke Kerk van binnenuit te hervormen. Het nieuwe klooster was streng, met tralies als afscheiding om de wereld buiten te houden. De Kerk en de leiding van de Orde kwamen hiertegen in verzet.

Het eerste klooster van de Karmelieten in Nederland werd in de 17e eeuw in Oorschot gebouwd. Pas in de jaren dertig kwamen zij naar het noorden van het land. Vanaf 1936 werd er gebouwd aan het Karmelklooster in Drachten, de zogenaamde oostvleugel. Vanaf 1950 werd de tweede vleugel gebouwd, de kapel. Dat Philips naar Drachten kwam, mét werknemers, is een stimulans voor het klooster geweest. Bij de voltooiing van deze vleugel waren er 22 plaatsen. Begin jaren zestig vonden de studentenrevoltes plaats, ook binnen de kloostermuren: “een mens is vrij om over zijn leven te beschikken”. In 1969 werden de tralies in het klooster verwijderd, wat weer tot nieuwe onrust leidde, het leven werd in de war gestuurd. Onder andere Martina van der Meer verzette zich tegen de modernisatie. Zij liet zich opsluiten in een kluis op de zolder, kwam weinig beneden, maar schreef brieven naar familie en hoogwaardigheidsbekleders.

De bloeitijd was voorbij. Tussen 1955 en 1979 traden dertien zusters in en van hen traden elf weer uit. In 1993 waren er nog elf zusters over, het klooster werd opgeheven, de zusters verspreid over andere kloosters. Van de dertien kloosters is er nog één actief, dat in Arnhem. Van de stichtingen van de Orde in Indonesië zijn een half jaar geleden drie Karmelietessen naar Nederland gekomen.

Jan Hofstra beëindigde zijn interessante lezing met een serie dia’s over o.a. de bouw, de gebouwen, het interieur en de toetreding van een wijdeling.

De voorzitter sloot de avond af met een dankwoord aan de spreker en tevens bedankte hij het bestuur voor het afgelopen jaar in de hoop volgend jaar hetzelfde te kunnen zeggen.
Terug naar boven


FRIEZEN IN DEN VREEMDE (“Ver van ‘It Heitelân“) 22-1-2014
Ver van ‘It Heitelân’ was de titel van de lezing die Otto Kuipers voor de VHW hield. Bijna vijftig belangstellenden waren hiervoor naar De Boemerang in Noordwolde gekomen. Het werd een interessante avond met veel wetenswaardigheden.

De beroemdste emigrant vanuit Weststellingwerf is natuurlijk Pieter Stuyvesant in de 17e eeuw. Maar Nederland en ook Friesland hebben in de 19e en 20e eeuw drie emigratiegolven meegemaakt. De eerste grotere groepsgewijze emigratie begon in 1846 als gevolg van, ten eerste, de slechte situatie in de landbouw -drie jaren achtereen aardappelziekte- en ten tweede de Afscheiding van de Hervormde Kerk. Hoewel de vervolging van de Afgescheidenen in 1841 werd gestaakt, waren ze daarna nog niet werkelijk vrij, zo mochten ze nog geen eigen scholen stichten. Ten derde volgde er een cholera-epidemie. In de kranten verschenen in die jaren berichten over een nieuw land, een land met voedsel, ruimte, werk en geloofsvrijheid: Amerika.

Ook in Friesland brak onder de Afgescheidenen het emigratievirus inmiddels uit. Een aantal trof voorbereidingen voor de grote oversteek, onder wie Marten Annes Ypma, aardappel- en groentehandelaar uit Minnertsga. Hij was dominee geworden en plaatste zich aan het hoofd van een groep van zo’n 80 volgelingen die naar Amerika wilden. Friese emigranten gingen in die beginperiode vaak lopend, met het beurtschip of met paard en wagen naar Harlingen. Vandaar ging de reis per schip naar Rotterdam of Liverpool, waar men dan overstapte op een oceaanzeiler. Marten Ypma vertrok met zijn gevolg op 7 april 1847, voor het merendeel Friese Afgescheidenen, vanuit Rotterdam. De reis naar New York duurde zeven weken. Ze trokken meteen verder en kwamen via rivieren en kanalen eind juni 1847 in Michigan aan.

Ypma en zijn mensen gingen letterlijk de rimboe in op zoek naar een geschikt stuk land. Ze waren gewend geweest om in de Friese klei te werken en zochten tot ze ook daar kleigrond vonden. Ze kochten vier secties en gaven het de naam Vriesland d.w.z. zo’n tien vierkante kilometer wildernis / oerwoud. Alles moest worden opgebouwd. Van takken en bladeren werden de eerste onderkomens gemaakt, half onder de grond. In de Stellingwerven zijn twee afgescheiden gemeenten geweest. Ten eerste één in Wolvega, maar die was al weer ter ziele voordat de grote aardappelziekte uitbrak. In Haulerwijk/Donkerbroek is tijdens de eerste emigratiegolf wel een afgescheiden gemeente geweest. Pas ruim twintig jaar nadat Ypma de oceaan overstak, volgden in 1868 en 1870 een aantal Ooststellingwerfse families.

In de tweede piekperiode 1880-1914, zijn zo’n 10.000 Noord-Friezen naar de Verenigde Staten vertrokken. Wat was de oorzaak van die tweede piekperiode? Rond 1880 brak de landbouwcrisis uit. Deze trof vooral de kleigemeenten in Noord Friesland, zowel boeren als arbeiders. Een uitweg was bijvoorbeeld het socialisme van Ferdinand Domela Nieuwenhuis of weer Amerika, waar immers al zoveel familieleden of bekenden naar toe waren gegaan.

Albert Kuipers uit Weststellingwerf fungeerde als promotor van emigratie. In 1881 maakte hij samen met zijn zoon Hendrik plannen om een kolonie in Amerika te stichten. Hun oog viel Zuid-Dakota. Langs de Platte-rivier moest Kuipers-city verrijzen. Tweehonderd mensen toonden belangstelling. Maar Kuipers raakte in opspraak; door een rechterlijk vonnis werd hij gedwongen f 7000 aan de bank te betalen. Dat geld had hij niet en dus haastte hij naar Amerika. Mede door de berichtgeving in de krant kwam Kuipers-city niet van de grond. Uiteindelijk volgden maar enkele gezinnen en alleenstaanden hem. In 1900 deed hij in de Hepkema een oproep aan belangstellenden om over te komen. Hij wou in een rotanindustrie opzetten zoals in Noordwolde. Herman Brouwer uit Peperga wilde wel komen om anderen het vak te leren. Echter, de wilgentenen langs de Missouri-rivier bleken ongeschikt voor meubelproductie. Albert Kuipers stond symbool voor Amerika. Beginnen met niets, in grote armoede opgegroeid, aanvankelijk amper kunnen lezen en schrijven, maar iemand met een enorme energie en ondernemingsgeest, iemand die van alles bedacht en in daden wist om te zetten.

De laatste grote emigratiegolf besloeg de periode van 1948 t/m 1962, met als topjaar 1952 toen bijna 50.000 Nederlanders emigreerden. Het had te maken met de Tweede Wereldoorlog. Een ontreddering en ontevredenheid over de afwikkeling van de oorlog had zich van veel mensen meester gemaakt. De crisisjaren die eraan vooraf gingen waren nog niet vergeten, terwijl na de bevrijding veel artikelen eerst alleen via de distributie beschikbaar bleven. Pas in 1952 werd het laatste artikel van de bon gehaald. Ook bestond er een algemene angst voor de Russen. Die waren na de oorlog wel erg dichtbij gekomen. Voor al die problemen was één oplossing: emigratie. De Verenigde Staten hadden in 1923 een quotum ingevoerd. Daar kon men niet meer onbeperkt naar toe en per jaar was het maximum zo’n 3000 Nederlanders. Maar er was een nieuw land: Canada. Daar golden wel bepaalde voorwaarden, maar er was geen quotum. Wat zeker ook heeft meegespeeld om voor Canada te kiezen was de bevrijding door Canadese regimenten. Bovendien had Canada tijdens de oorlog prinses Juliana en haar kinderen gastvrij opgevangen.
Terug naar boven


DE TOESTEMMING VAN DE BISSCHOP VAN UTRECHT AAN DE ‘FRESONES DE LAMMERBRUKE’ 20-11-2013
Waar lag de sloot van Rutherik?
In 1165 krijgt een groep Friezen uit een plaats Lammerbruke vergunning van bisschop Godfried van Utrecht om een onbewoond gebied te ontginnen en er een parochie te stichten. Dat gebied ligt, zo wordt geschreven, tussen Kunre en de Oude Lenna, en tussen de Wibernessate en de Rutherikesdole. Er woedt al bijna een eeuw een discussie tussen historici over de vraag, om welk gebied dit gaat. De Leeuwarder historicus en publicist drs. Kerst Huisman hield hierover op 20 november een lezing voor onze historische vereniging. De namen Kunre en Oude Lenna zijn gemakkelijk te plaatsen. Wibernessate is, hoewel deze plaats niet meer op moderne kaarten is te vinden, ook geen probleem. Deze plaats is gelijk te stellen aan het op kaarten uit de achttiende eeuw bij Kuinre vermelde Wibernburen.

Grootste probleem in de discussie was steeds waar de Rutherikesdole moest worden gevonden. Uit de naam valt op te maken dat het gaat om een sloot, gegraven door Rutherik. Nu komt deze naam Rutherik, ook wel Roderik, meermalen voor onder de ministerialen (dienstmannen) van de bisschop van Utrecht. Het ligt daarom voor de hand bij deze sloot te denken aan een vaart die onder leiding van zo’n dienstman is gegraven. Daarom moet deze sloot wel haast in de kop van Overijssel hebben gelegen, want daar lagen de woeste gronden die eigendom waren van de bisschop.

Bij de getuigen die aanwezig zijn bij de in een oorkonde vastgelegde overdracht aan bisschop Godebold van enkele hoeven bij Cunre in 1118 wordt ook een Ruthericus vermeld. Wellicht is hij de man geweest naar wie die sloot is genoemd. Misschien kan zijn naam ook worden verbonden aan het Roderiksveen, het oostelijke gedeelte van het dorpsgebied van Scheerwolde. Meestal wordt de naam van dit veen verbonden met de omstreeks 1375 overleden Roderik van Voorst, maar die kan het door overerving hebben verkregen, zodat dit bezit wellicht teruggaat tot de twaalfde eeuw. Volgens Huisman zou dan de Rutherikesdole kunnen worden gelokaliseerd op de grens tussen IJsselham en Scheerwolde, waar vandaag een water ligt met de naam Heer van Diezenvaart. Die naam wekt duidelijk associaties met de al eeuwen geleden in Zwolle geïncorporeerde marke Dieze, die in 1384 door de bisschop van Utrecht aan de stad werd geschonken. De door de bisschop in 1165 verleende vergunning zou dan overeenkomen met het dorp IJsselham.

Nu botst deze reconstructie met die van de bij de Fryske Akademy werkzame historicus Hans Mol. Mol meent, dat de in 1132 vermelde parochie Silehem, volgens hem gelijk te stellen aan IJsselham, vanaf de zeekant is ontgonnen. Dat houdt in, dat er mogelijk geen ‘ruimte’ is voor de concessie van 1165. Deze discrepantie is weergegeven in de hierbij weergegeven kaart.

(Klik op de afbeelding voor een vergroting)

(Klik op de afbeelding voor een vergroting)

Terug naar boven


“Bij de bek af” (het ging nog net goed) 11-12-2013
“Bij de bek af (het ging nog net goed)” was de titel van de lezing die Karst Berkenbosch voor de Vereniging Historie Weststellingwerf e.o. hield. Hij zette uitgebreid uiteen hoe de situatie in Europa en in de Nederlanden in de aanloop naar 1672 zich ontwikkelde, hoe de machtsverhoudingen veranderden en welke (al dan niet geheime) verdragen en clausules afgesproken werden.

De vier mogendheden die later met de Republiek in oorlog waren, hadden alle een goede reden. Frankrijk zocht naar natuurlijke grenzen, de Bisschop van Keulen zag een aanleiding via de graaf van Fürstenberg en Engeland zat aan de grond en zon op wraak na de Engelse Oorlog. De Bisschop van Münster had recht op de heerlijkheid Borculo, wilde daar belasting innen en met behulp van een groter aantal soldaten meer macht uitoefenen. Bovendien wilde Münster de Dijlerschans innemen om hierlangs vrijelijk handel met Groningen te kunnen drijven.

In de Republiek stonden de oranjegezinden tegenover de Raadspensionaris en de regenten. Friesland kende de ongebruikelijke situatie van twee Provinciale Staten, één in Leeuwarden en één in Sneek. In de film over de Friese Waterlinie nam de spreker zijn toehoorders mee langs de schansen, waarvan sommige uit de tijd van de 80-jarige oorlog stamden en andere tijdens de oorlogsdreiging aangelegd waren.

Ook tijdens deze lezing bleek dat de loop der dingen vaak van een enkel feit afhankelijk is. Op 24 juni 1672 ’s nachts om 1 uur kwamen de Gedeputeerde Staten nog bijeen om te spreken over een brief van Van Aylva. De Staten besloten om, in tegenstelling tot Overijssel, weerstand te bieden. Daarop trok Van Aylva met 1300 man naar Friesland, terwijl Bommen Berend 20.000 man tot zijn beschikking had. Meerdere factoren hebben een rol gespeeld tijdens de verdediging van Friesland, menselijke beslissingen maar ook de weersomstandigheden.

Voorzitter Jan Zwolle bedankt Karst Berkenbosch voor zijn verhaal, mede namens de aanwezigen die de zaal bij De Rank vulden.
Terug naar boven


GRAFHEUVELS 30-11-2013
De lezing over Grafheuvels door Marijke Nieuwenhuis trok veel belangstelling. Voorzitter Jan Zwolle kon woensdag een kleine vijftig geïnteresseerden welkom heten. De spreekster heeft zich gespecialiseerd in de archeologie van Nederland.

Tijdens de Nieuwe Steentijd en IJzertijd, zo’n 4000 jaar geleden, toen boeren zich begonnen te vestigen, ontstonden de eerste grafheuvels. Ook de hunebedden waren oorspronkelijk grafheuvels. In de Bronstijd, 2000 tot 800 v. Chr. werden ze groter en hoger gemaakt en door een krans van palen omringd. De doden werden in een houten of boomstamkist begraven. Later in die periode werden lijken vaak gecremeerd. Kenmerkend voor de Middeleeuwen was ophanging aan die galg, die nogal eens op een grafheuvel was geplaatst, zoals uit opgravingen gebleken is. Prof. Van Giffen gebruikte tijdens opgravingen als eerste de zg. kwadrantenmethode, waarbij een kruis van dammen bleef staan.

Er loopt nu een onderzoek in Apeldoorn naar grafheuvels in de omgeving. Daarbij wordt ook gekeken naar bijv. palensporen en greppels in de tussenliggende ruimte. In Niersen, bij Vaassen, is onder leiding van prof. Holwerda een dubbelgraf aangetroffen. Zijn bevindingen gaven aan dat de menselijke resten zich in “zepige staat” bevonden. Hij heeft toen als eerste gebruikt gemaakt van zogenaamde bloklichting, een bekisting geplaatst, gips gestort en het geheel uitgetild. Momenteel wordt hier opnieuw onderzoek aan gedaan, waarbij uit de bevinding naar voren komt dat er meer dan één individu begraven was.

De archeologische verwachtingskaart voor Weststellingwerf, gemaakt door het RAAP, is te zien op de site van de gemeente en geeft aan waar archeologisch onderzoek naar de periode Steentijd-Bronstijd resultaat zou kunnen hebben.
Terug naar boven


STELLINGWERFSE FAMILIERELATIES 14-4-2013
De heer Bouwe van der Meulen sprak bij de Vereniging Historie Weststellingwerf e.o. over ‘Stellingwerfse familierelaties’. Van zijn eigen voorouders was een aantal uit Weststellingwerf afkomstig. Drie bestuursleden van de afdeling Friesland van de Nederlandse Genealogische Vereniging waren naar Wolvega gekomen. Zo’n vijftig mensen waren in het Parochiehuis aanwezig om over dit onderwerp hun licht op te steken.

Spreker vertoonde voor de pauze een Powerpoint presentatie met kaarten van Weststellingwerf, met voorbeelden van publicaties van diverse organisaties met betrekking tot genealogisch onderzoek, bijvoorbeeld de “Gids voor Stamboomonderzoek” door Roelof Vennik. Er is veel veranderd sinds begonnen werd met de kaartsystemen, zoals ook het onderzoek nu heel anders toegaat dan tien jaar geleden toen spreker ook bij de vereniging een lezing hield. Hij maakte de aanwezigen wegwijs in de veelheid van boeken en tijdschriften.

Naar aanleiding van het bezoek van de spreker aan het archief van de gemeente Weststellingwerf was Johannes Houtsma van de gemeente aanwezig. Hij vertelde dat een bezoek aan het archief zeker de moeite waard is, maar dat het beslist noodzakelijk is een afspraak te maken.

Na de pauze voerde Bouwe van der Meulen zijn toehoorders mee tijdens een tocht door de websites van Tresoar en van AlleFriezen. Na afloop werd er onderling nog veel informatie uitgewisseld. Bestuurslid Ike Naafs sloot de avond met een woord van dank aan de spreker. Zij herinnerde aan de Genealogische Inloopochtend op 20 april in De Rank.
Terug naar boven


DE GESCHIEDENIS VAN DRENTHE 30-1-2013
De eerste lezing in het nieuwe jaar werd zoals gebruikelijk in Noordwolde gehouden. De geschiedenis van Drenthe was het onderwerp waar Michiel Gerding over kwam vertellen, als provinciaal historicus van Drenthe de aangewezen persoon om dit onderwerp te behandelen.

Middeleeuwse kaarten van het gebied laten heel duidelijk drie stroomgebieden zien, waar de naam Drenthe van afgeleid zou zijn. De oudste kaart werd in 1634 door Cornelis Pijnacker getekend. Een bijzonder man in de geschiedenis van dit gebied was Johan Picardt (1600-1670): medicus, theoloog, landontginner, historicus en in die hoedanigheid de eerste Drentse geschiedschrijver. Hij probeerde wetenschappelijke verklaringen te vinden voor bijvoorbeeld de hunebedden (gebouwd rond 3500 v. Chr.) en hun ligging.

Vanaf 800, de tijd van Karel de Grote, bestaat er geschreven geschiedenis. Zo is bekend dat de kerk van Vries de oudste stenen kerk is en dat Noord-Nederland een schenking van de Duitse Keizer aan de Bisschop van Utrecht was. Gerding gaf een uitgebreide uitleg over het esdorp, hoe alles gereguleerd moest zijn, hoe in samenwerking met elkaar gewerkt moest worden en niet ten koste van de ander, een soort collectieve overlevingsstrategie. De kunstmest doorbrak dit conflictmijdende gedrag tenslotte. De spreker ging ook in op de Maatschappij van Weldadigheid, die door hem de wortels van onze verzorgingsstaat werd genoemd.
Terug naar boven


MELCHIOR DE GROTE, DE LAATSTE COMMANDEUR VAN SCHOTEN 12-12-2012
Hans Mol, wetenschappelijk medewerker aan de Fryske Akademy en Bijzonder Hoogleraar aan de Universiteit Leiden, was 12 december 2012 de spreker tijdens de avond van de Vereniging Historie Weststellingwerf e.o.

Zijn lezing handelde over Melchior de Grote of anders gezegd, over de geschiedenis van het Duitse huis van Schoten. Op 14 april 1580 – na het verbod op de Katholieke kerken – klaagde Melchior in zijn brieven, dat dit de vernietiging van de Orde betekende; dat niemand, ook niet de Prins van Oranje of de Generale-Staten enige hulp boden; dat dertig jaar voor niets waren geweest. De Duitse Orde – een ridderorde – werd na de eerste kruistocht opgericht ter bescherming, opvang en verpleging van de pelgrims. De Commanderij van Schoten werd in de 13e eeuw opgericht, op welke plaats later in 1672 de Tjongerschans stond in de strijd tegen de Fransen. In eerste instantie ontstond er een klein klooster met een hospitaal. Rond 1500 waren er zo weinig inkomsten, dat van de twee aanwezige broeders en de twee lekenzusters sommige weggestuurd werden naar andere plaatsen.

Tot 1500 waren de broeders allen Friezen totdat Melchior kwam, geboren in Münster. Veertig jaar later was de Reformatie in volle gang. De inkomsten liepen terug en Melchior investeerde zelf 400 Carolus guldens uit het familiegeld voor palissades, grachten en een zaal. In 1568 brak de Opstand uit, kwam de beeldenstorm. Melchior klaagde over de belastingen, over de kerk, over de Orde. In 1580 hieven de Staten van Friesland de kloosterorden op en namen de goederen in beslag. Hij kon niet meer in Schoten blijven, wou niet naar Utrecht maar kocht een huis in Leeuwarden.

De Unie van Utrecht bepaalde dat de Staten zelfstandig waren wat betreft religieuze zaken. Schoten werd in 1602 teruggegeven aan de Orde. In de loop van de 17e eeuw was het meeste land verkocht. Schoten kent in deze tijd trouwens nog wel een commandeur.
Terug naar boven


Vuursteen in relatie tot platentektoniek en klimaatverandering 21-11-2012
Tijdens de avond van de Vereniging Historie Weststellingwerf e.o. op 21 november kon vice-voorzitter Ali Veenhouwer bijna vijftig belangstellenden welkom heten. De lezing met de titel “Vuursteen in relatie tot platentektoniek en klimaatverandering” werd gehouden door de heer Harrie Huisman, beheerder van de geologische collectie van het Universiteitsmuseum in Groningen en bij het Hunebedcentrum/Geopark De Hondsrug te Borger.

Spreker gaf uitleg dat vuursteen, hoewel hard, toch geen gesteente is. Daarvoor is het niet groot genoeg; het vormt geen gebergte. Het komt voor als platen en pijpen in kalksteen, die in de vorm van lagenpakketten aan beide zijden van de Atlantische Oceaan voorkomen. Daaruit blijkt een lange geschiedenis, zo’n 250 miljoen jaar. In 1962 vond een soort revolutie in de geologie plaats, toen gerealiseerd werd dat alle processen van de aarde met elkaar te maken hadden.

Harrie Huisman gaf ook een uiteenzetting over de geschiedenis van de continenten, vanaf het supercontinent Pangea tot de huidige situatie, over het ontstaan van de Alpen en de Himalaya, over de bergruggen in de oceanen ten gevolge van de bewegingen van de aardschollen en de verschillen in klimaat tijdens Trias, Jura en Krijt. Ook ging hij in op het verschil in CO2-gehalte, toen en nu. Is een beetje CO2 méér werkelijk een probleem?

Tenslotte volgden mooie voorbeelden van fossielen, ingesloten in vuursteen: sponzen, schelpen, mosdiertakjes en zee-egels. Nadat spreker vragen beantwoord had en uitleg had gegeven over een aantal door toehoorders meegebrachte stenen, was het woord aan Ali Veenhouwer om deze boeiende avond af te sluiten.
Terug naar boven


Onderzoek naar de historie van Eendekooien in Fryslân, inclusief de situatie in Weststellingwerf 17-10-2012
Eendenkooien was het onderwerp van de lezing van de Vereniging Historie Weststellingwerf e.o. op 17 oktober. Ali Veenhouwer-Ziel opende deze eerste avond in De Rank met een woord van welkom voor de aanwezige belangstellenden en in het bijzonder voor Gerard Mast, de spreker. Hij begon zijn interessante verhaal met te vertellen dat zijn belangstelling voor dit onderwerp begin zeventiger jaren gewekt was, toen hij bij Staatsbosbeheer Friesland district Noord toegewezen kreeg. In dat gebied bevond zich de eendenkooi van Ternaard. In verband met de ruilverkaveling moest uitgezocht worden of het geclaimde afpalingsrecht van 1200m een wettelijke basis had. In een dergelijk gebied mocht en mag niet geschoten worden in verband met de rust in de kooi. Een lange weg terug in de geschiedenis; de polder van Ternaard bestond al in 1600. Spreker vervolgde met een uitleg over de functie van lokeenden, van half wilde en echt wilde eenden. De oudste duidelijke afbeelding van een eendenkooi dateert uit 1582, uit het huidige België. De oudste kaart die een kooi in Weststellingwerf aangeeft is uit 1644, in de buurt van Vinkega. In de huidige tijd is Friesland met een kwart van alle eendenkooien van Nederland de provincie waar de meeste aanwezig zijn. Tot slot liet Gerard Mast ook zien wanneer de twintig kooien in Weststellingwerf aangelegd werden en op welke locaties.
Terug naar boven


Excursie kasteel Olt Stoutenburght 29-09-2012
Voor de excursie naar kasteel Olt Stoutenburght van Gregorius Halman op 29 september bestond grote belangstelling.

Deelnemers Excursie Stoutenburgh (Klik voor vergroting)

Deelnemers Excursie Stoutenburgh (Klik voor vergroting)

Foto gemaakt door Wijnand de Lange.
Terug naar boven


Beerput geraakt bij graafwerkzaamheden Steenwijkerweg april 2011
De Steenwijkerweg in Wolvega wordt momenteel opnieuw ingericht. Er wordt onder andere nieuwe riolering gelegd. Nu de activiteiten het centrum naderden werd het tijd om de graafwerkzaamheden goed in de gaten te houden. We waren er gelukkig op tijd bij toen er een 17e eeuwse beerput werd geraakt. Met man en macht werden de scherven verzameld. We zijn de medewerkers van Lolkema BV erg dankbaar voor de medewerking. Ook zij hebben veel scherven verzameld en zelfs grond voor ons apart gehouden, zodat we die in alle rust konden napluizen.

vondsten uit de beerput
Resultaat: enkele kleipijpjes waarvan gewoonlijk de steel ontbreekt, een plooischotel, een Friese schotel en diverse bordjes van Delftse faience.
Terug naar boven


Schans open; laatste zoektocht naar vondsten april 2011
Meteen na de officiële opening in november vorig jaar kon de schans vanwege de drassige gronden niet meer worden bezocht. Het wachten was vervolgens op droog weer. Nu de gronden zijn opgedroogd en de paden zijn aangelegd zijn de bezoekers weer van harte welkom.

Twee bestuursleden speuren het terrein af. (foto: Geert Lantinga)

De afgelopen weken heeft een groep vrijwilligers van de Vereniging Historie Weststellingwerf en de werkgroep Friese Waterlinie het gebied nogmaals nageplozen op oude vondsten. Op het oog en met behulp van metaaldetectors is de eerder vergraven grond afgezocht. Dit leverde diverse musketkogels, pijpenkopjes en koperen muntjes op. Als klap op de vuurpijl werd er een mooie ijzeren kanonskogel uit de grond gehaald.

De kanonskogel is vermoedelijk een twaalfponder (foto Geert Lantinga)

Ondertussen is het terrein ingezaaid en kan er niet meer gezocht worden. Er zijn plannen om de vondsten binnenkort tentoongesteld te krijgen.
Terug naar boven


DNA in de genealogie maart 2012
De lezing “DNA in de genealogie“ van de Vereniging Historie Weststellingwerf e.o. had zaterdagmorgen een groep zeer geïnteresseerde mensen naar De Rank gelokt. Robert Philippo uit Hardinxveld-Giessendam behandelde het onderwerp op een duidelijke en intrigerende wijze.

Voor de pauze gaf hij uitleg over de twee soorten genetische verschillen die tussen het Y-chromosoom van verscillende mannen bestaan, de frequentie van veranderingen daarin en de mogelijkheden om hier bij het zoeken of bevestigen van familierelaties gebruik van te maken. Het uitgangspunt van stamboomonderzoek met behulp van het Y-chromosoom is dat het DNA onveranderd van vader op zoon overgaat. Ter ondersteuning van archiefonderzoek is dit een uiterst belangrijk gegeven. De spreker vertelde na de pauze over de familiereconstructie van diverse clusters Philippo families in het westen van Nederland.

Alles met elkaar een boeiende lezing die er toe uitnodigt om zelf op dit terrein onderzoek te doen.
Terug naar boven


Vader Onbekend  januari 2011
De heer A.H.G. Verouden uit Delft sprak bij de Vereniging Historie Weststellingwerf over “Vader onbekend”. Dat dit verschijnsel bij familieonderzoek nogal eens voorkomt bleek wel uit het grote aantal belangstellenden dat  voor deze lezing naar de openbare bibliotheek te Wolvega was gekomen. In het geval van een onbekende vader is in één op de drie gevallen niet te achterhalen wie de vader was. Een hulpmiddel bij het onderzoek is de wetmatigheid van de naamgeving die tot na de eerste wereldoorlog geduurd heeft: eerste zoon naar de vaders vader en eerste dochter naar de moeders moeder. In het geval dat het “onechte” kind een jongetje was, werd  het vaak naar de “echte” vader genoemd, in het geval van een meisje naar de moeder zelf. Uitgaande van de feiten en niet van de familieverhalen of veronderstellingen, noemde de spreker persoonskaarten en bevolkingsregisters belangrijke bronnen van informatie.

Hij vertelde een aantal zeer boeiende verhalen, waarbij hij met logisch denken en hulpbronnen zoals de regimentsregisters, vele onbekende vaders had weten te traceren. Na een vragenkwartiertje sloot bestuurslid Ike Naafs deze interessante avond.
Terug naar boven


De Jodenvervolging en Joodse werkkampen in de omgeving januari 2011
De Vereniging Historie Weststellingwerf begon het nieuwe jaar met de gebruikelijke lezing in Noordwolde. Op 11 januari hield Niek van der Oord een voordracht over zijn familie en de jodenvervolging en na de pauze over Joodse werkkampen in de omgeving. Voor dit bijzondere onderwerp waren ruim zeventig belangstellenden naar De Boemerang gekomen.

De spreker vertelde dat er vroeger door zijn Joodse moeder niet over oorlog en familie gesproken werd. Zijn interesse werd pas gewekt, toen zij hem twee pakjes met brieven uit de periode 1938 tot 1942 had gegeven. Daarna kwamen de vragen, de antwoorden en ook een boek: Het mankeert ons aan een goed adres. Niek van der Oord sprak over de geschiedenis van zijn familie vanaf het begin van de jaren dertig en over hoe zijn moeder de oorlog overleefde.

De Joodse werkkampen bevonden zich in Elsloo, Blesdijke, Diever, Vledder en Fochteloo. Vanaf januari 1942 werden Joodse mannen er te werk gesteld om de omgeving te ontginnen, elke dag een bepaald gebied. De omstandigheden werden steeds ellendiger. De gevangenen werden over het algemeen weinig geholpen door de lokale bevolking. Begin oktober werden de kampen in één actie ontruimd en de mannen afgevoerd naar kamp Westerbork, zogenaamd in het kader van gezinshereniging.

Met de opgerichte Stichting Joodse Werkkampen probeert Niek van der Oord samen met anderen de herinnering aan de Joodse werkkampen uit de vergetelheid te houden. Voorzitter Theo Koning sloot met een woord van dank aan spreker en aanwezigen de avond.
Terug naar boven


De cultuur van dood en begraven januari 2011
Een humoristische lezing bleek het verhaal over “De cultuur van dood en begraven” door Reint Wobbes te zijn. Het uitnodigen van deze spreker door de Vereniging Historie Weststellingwerf e.o. was een schot in de roos.

Met goed veertig mensen was de zaal afgelopen zaterdag bij De Rank geheel gevuld. Bestuurslid Ike Naafs opende de avond met een uitleg over het ongebruikelijke van een algemene lezing op een donderdag en dan ook nog in De Rank. Na twee voorbeelden van grafschriften door de Schoolmeester gaf zij het woord aan Reint Wobbes.

De Stichting Oude Gro­ninger Kerken heeft zo’n 65 kerken in bezit en heeft honderd kerkhoven of begraafplaatsen gerestaureerd. Elk kerkhof is een begraafplaats, niet elke begraafplaats is een kerkhof. Dit laatste ligt altijd rond de kerk. Veel regels op de lijkbezorging zijn opgesteld na epidemieën en rampen, zoals de malaria-epidemie in 1827, cholera in 1863 en pokken in 1873. Begraafplaatsen kregen toen wel de naam “Ter navolging”, waarmee andere dorpen en steden opgeroepen werden de doden ook buiten de bebouwing te begraven.

Aan de hand van tientallen dia’s van kerken, graven, grafteksten en -tekens en symbolen werden de toehoorders meegenomen in het verhaal van Reint Wobbes. Hij liet ook zien dat er zeer verschillende teksten gebruikt zijn, van de droge opsomming van geboorte- en overlijdensdatum, via het uitdrukken van rouw en lovende woorden tot hele romantische verhalen. Dat wat vroeger in alle ernst geschreven werd, komt op ons vaak als droog en daardoor humoristisch over. Ook het verhaal zoals het verteld werd, bracht de toehoorders geregeld aan het lachen.

Ike Naafs bedankte de spreker voor zijn geweldige verhaal.
Terug naar boven


Katholieken in Weststellingwerf na de reformatie  januari 2011
Wiebe Bergsma uit Leeuwarden gaf op 12 januari in de Boemerang te Noordwolde een lezing over ‘Van katholiek tot protestant in de Stellingwerven in de 16e en 17e eeuw’. Hij is als historicus verbonden aan de Fryske Akademy en heeft diverse publicaties over de reformatie op zijn naam staan.

Het publiek kwam te weten wat zoal de gevolgen waren voor de inwoners van de Stellingwerven, toen in 1580 de Katholieke Kerk in Friesland verboden werd en vervangen werd door de publieke, gereformeerde Kerk.

Veel Stellingwervers bleken hardnekkig trouw te zijn gebleven aan de katholieke kerk, ondanks alle negatieve gevolgen op sociaal, financieel en politiek gebied. Voor de Stellingwervers onderling maakten de verschillen niet uit, men had elkaar toch nodig in de kleine gemeenschappen. De lezing van de heer Bergsma gaf ons veel stof tot nadenken en heeft bij velen van ons een beter beeld van dit aspect van het Stellingwerfse verleden opgeleverd.
Terug naar boven

Comments are closed.